Waanzinnige zintuigen


Ze voelen het als hun baasje op weg is naar huis en kunnen slecht weer voorspellen – met hun zeer gevoelige zintuigen nemen kat en hond veel meer waar dan wij. Maar ze zijn niet de enige super gevoelige dieren.

Diep en vast slaapt de rode kater op de zachte bankkussens. Met af en toe wat beweging in de snorharen en het puntje van de start dat heen en weer gaat, lijkt hij te dromen van dikke muizen en een wilde jacht. Plotseling richt hij zijn kop op, spitst de oren en lijkt hij zich sterk te concentreren. Zijn groene ogen worden donkerder naarmate zijn pupillen van opwinding vergroten. Er hangt iets in de lucht. Maar wat? Het antwoord volgt kort daarop: als de sleutel in het slot wordt gestoken, springt het dier op en loopt hij in de hal zijn bazinnetje tegemoet. Spinnend strijkt de kater langs haar benen en hoopt op iets lekkers uit de boodschappentas. Maar – hoe wist hij dat zij onderweg was naar huis, lang voordat ze de voordeur bereikt had?`

Het zevende zintuig van onze dieren is en blijft een delicate kwestie. Katten- en hondenbaasjes zijn het eens dat hun dieren beschikken over een bijzonder gevoelig waarnemingssysteem, terwijl gedragsonderzoekers zoeken naar wetenschappelijke verklaringen. Niet alleen honden en katten, maar ook veel kleine huisdieren en vogels reageren bijzonder gevoelig op vibraties en kleine luchtveranderingen. Daardoor kunnen ze zelfs aardbevingen aan voelen komen. Onderzoekers vermoeden dat de dieren minuscule voorbevingen of wijzigingen in het magnetische veld van de aarde waarnemen. De meest aangenomen theorie is dat er zich elektrische stromingen ontwikkelen door de druk en de wrijving in het gesteente. Daardoor ontstaan zogenaamde aërosolen, piepkleine zwevende deeltjes in de lucht, die zich elektrisch opladen. De dieren nemen deze aërosolen op via hun adem en dit leidt tot het vrijkomen van de neurotransmitter serotonine.

 

Welke verklaringen de wetenschap ook vindt voor de voorspellende kwaliteiten van dieren, één ding is zeker: veel dieren hebben bijzonder gevoelige zintuigen, die die van ons ver overtreffen. Bij katten werken ogen, oren en tastharen perfect op elkaar afgestemd als een feilloos informatiesysteem als zij op jacht gaan. Hun ogen beschikken zelfs over een soort restlichtversterker. Daardoor kunnen ze op hun nachtelijke strooptochten zo’n vijf keer meer zien dan wij. Honden worden wegens hun geweldige reukvermogen ingezet als zoekhonden naar mensen na lawines en aardbevingen en als speurders naar drugs. En kanaries nemen de kleinste veranderingen in de lucht waar. Aan het begin van de 20ste eeuw werden ze daarom in mijnen misbruikt als waarschuwingssysteem. Stijgt het aandeel koolmonoxide in de lucht met slechts 0,29 procent, dan vallen de vogeltjes na twee en een halve minuut van hun stokje. Bij mensen duurt het aanzienlijk langer voordat de eerste symptomen, waaronder hoofdpijn, zich manifesteren. Wat de verdediging en het vangen van prooien betreft, is de natuur bijzonder vindingrijk. Sommige levende wezens beschikken over super zintuigen en hebben menig auteur van science fiction boeken op ideeën gebracht. De vijf dieren die we op de volgende bladzijden aan je voorstellen, hebben uitzonderlijke talenten en sommige inspireren daarmee zelfs onze moderne techniek.

 

1. OLIFANT

De dikhuiden hebben een uitgesproken gevoelig gehoor en nemen zowel extreem hoge als zeer diepe tonen waar. Over afstanden van wel tien kilometer communiceren ze met elkaar via infrasoon geluid. Het zeer diepe brommen op een frequentie tussen 14 en 24 Hertz is voor ons amper of volstrekt niet te horen. Ter vergelijking: de mens pikt alleen frequenties tussen de 20 en 20.000 Hertz op. Zowel op de uitgestrekte Afrikaanse savanne als in de wouden van Azië wordt deze zintuigelijke topprestatie gebruikt om te waarschuwen voor vijanden of bij het zoeken naar voedsel of een partner. Om communicatie via infrasoon geluid te laten slagen, is een goed gehoor alleen echter niet genoeg. Olifanten brengen de diepste tonen voort van het gehele dierenrijk. Het typische gebrom produceren ze niet met een speciaal orgaan. Een internationaal onderzoeks-
team van de universiteit van Wenen ontdekte dat olifanten, net als mensen, de stemplooien in het strottenhoofd gebruiken. Wetenschappers van de universiteit van Sussex en het Amerikaanse Amboseli Elephant Research Project hebben zich er verder in verdiept en vermoeden dat het infrasoon geluid onstaat vanwege de grootte van de dieren. Hoe ver het geluid reikt, hangt niet af van het spraaktalent van de olifanten, maar van de omgeving. De meteoroloog Michael Garstang heeft ontdekt dat ze ‘s avonds aanzienlijk spraakzamer zijn dan overdag. In de warme, opstijgende lucht overdag gaat het geluid relatief snel verloren. Tegen de avond koelt de grond echter af. Hierdoor ontstaat een geluidskanaal dat de reikwijdte van de roep van de dieren verdrievoudigt. Nu worden ook pas de voordelen van infrasoon geluid duidelijk: Terwijl het geluid van een 20.000 Hertz-toon bij een temperatuur van 20 graden slechts 1,7 meter draagt, bereikt een 16 Hertz-toon al 21 meter. Inmiddels heeft ook de moderne techniek infrasoon geluid ontdekt. Naast het klassieke alarmsysteem zijn er steeds meer infrasone bewakingssystemen, die reageren op drukverschillen in een ruimte, bijvoorbeeld als er een deur of raam wordt geopend.


2. GROEFKOPADDER

Zijn naam heeft hij niet voor niets. Met behulp van de twee groeven tussen oog en neusopening – de groeforgaan–, neemt hij zijn prooi te grazen. Het zeer gevoelige orgaan reageert op warmte. Over beide groeven is een dun membraam gespannen, dat honderden zenuwvezels bevat. Met deze temperatuurdetectoren registreert de slang de kleinste veranderingen vanaf 0,003 graden. Warmbloedige dieren geven infraroodstraling af, die terechtkomt op het membraan. Via de temperatuursignalen ontwikkelen de hersens van de adder een warmtebeeld. Omdat beide membranen de signalen uit meerdere richtingen opvangen, ontstaat er een driedimensionaal perspectief. Zo vangen deze uitstekende jagers een rennende rat in het volledig duister. Ze weten namelijk niet alleen waar het dier zich verstopt, maar ook hoe ver het van hen verwijderd is en hoe snel het zich voortbeweegt.

 

3. HAMERHAAI

De brede kop met de ver uit elkaar staande ogen is het handelsmerk van de hamerhaai. Het vergroot zijn gezichtsveld, verbetert zijn manoeuvreerbaarheid en is tegelijkertijd de plek waar zijn belangrijkste zintuigorgaan zich bevindt: duizenden piepkleine poriën, de ampullen van Lorenzini, bevinden zich aan de voorzijde van de grote schedel. Speciale cellen aan het uiteinde van de met gel gevulde kanalen reageren uiterst gevoelig op minimale schommelingen in het elektrische veld. Prooidieren, zoals zwermen vluchtende vissen, veroorzaken door hun spierbewegingen dergelijke veranderingen. In tegenstelling tot haaien met ‘ronde’ koppen zitten er op de brede schedel van de hamerhaai heel veel van deze elektroreceptoren. Dit verbetert niet alleen de vaardigheid om te herkennen in welke richting de zwermen vissen zwemmen, maar versterkt vooral de zintuiglijke waarneming. Onderzoekers vermoeden dat de dieren zelfs het magnetische veld van de aarde kunnen waarnemen. Zodoende zouden de ampullen van Lorenzini ook een goede oriëntatiehulp zijn bij de trektochten van hamerhaaien. Ze weten de weg door de diepten van de oceaan te vinden met een ingebouwd kompas.

 

4. VLEERMUIS/BEERVLINDER

Dit zijn er twee die elkaar niet bepaald mogen: vleermuizen hebben het gevoeligste gehoor in het hele dierenrijk. En ze jagen in het donker op insecten, zoals beervlinders. Maar deze mot weet zich goed te weren. Om zich te oriënteren, stoten vleermuizen door hun neus hoge, ultrasone kreten uit. Deze liggen buiten ons gehoorvermogen. Raken de ultrasone geluiden prooidieren of hindernissen, dan worden ze als een echo teruggekaatst. De hersenen van de vleermuis stellen uit de akoestische informatie een hoge resolutie afbeelding samen. Zo weet hij precies waar de buit zich bevindt en hoe groot diens vleugelspanwijdte is, ook zonder de prooi daadwerkelijk te zien. Om te voorkomen dat hij wordt gepakt, heeft de beervlinder een geniaal trucje ontwikkeld. De mot verstoort de frequentie waarop zijn vijanden hun signalen uitzenden. Hoort hij de roep van een vleermuis, dan laat hij met behulp van speciale spieren kleine membranen in het midden van zijn lichaam vibreren en brengt zo zelf ultrasone geluiden voort. Het navigatiesysteem van de vleermuis raakt hierdoor in de war en de vlinder heeft tijd om te vluchten.


5. BIDSPRINKHAANKREEFT

20.000 ogen maken deel uit van de verfijnde visuele vaardigheden van de bidsprinkhaankreeft. De in tropische- en subtropische wateren levende dieren hebben ogen op steeltjes, waarbij beide organen bestaan uit 10.000 aparte oogjes. Elk complex oog ziet driedimensionaal en is daardoor in staat te multitasken. Terwijl de kreeft zijn omgeving afspeurt naar prooien, kan hij zodoende tegelijkertijd uitkijken naar vijanden. Het meest indrukwekkende is echter de vaardigheid van de dieren om kleuren waar te nemen, en dat wel tien keer zo genuanceerd als wij mensen. De wereld van de bidsprinkhaankreeft is net zo bont als hijzelf.
Wetenschappelijke studies hebben aangetoond dat zeven receptoren voldoende zijn om het gehele kleurenspectrum te kunnen waarnemen. Deze kreeft heeft er twaalf, vier daarvan speciaal voor de golflengte van UV-licht. Bovendien herkent de kreeft naast zichtbaar licht ook ultraviolette en gepolariseerde straling.

 

Uit: Hart voor Dieren 10/2017

 

 

 

 


3901 19-10-2017

Dit vind je ook leuk


social media